text Hopstreet

Fabrice Souvereyns (b.1995 Tongeren, B) designs his own visual language that is midway between concrete identifying marks and a degree of abstraction. Those who take the time to view and read the works attentively, discover through their layers a slowly emerging figuration whereby every millimetre of paper is filled with a monotonous pencil shade (hardness) that stimulates the curiosity of the observer. In his autonomous drawings, Fabrice fills his sheet extensively and fanatically with peculiar figures. Sometimes he erases them just as fanatically, resulting in a membrane of obsessive traces and the drawings begin to look like tattooed skins.

Associations can be made with the jungles of Henri Rousseau - imaginary jungles for which the French painter found inspiration in books and botanical gardens. He claimed that he had seen the jungle in Mexico, but in reality he painted a dream. Sometimes Souvereyns seems to flirt with vegetation patterns from Oriental carpets.

His in situ interventions on walls and windows are a form of ‘extended drawing’; he demolishes the boundaries of drawing. Fabrice transposes his drawings to a spatial installation in a decisive, but never intrusive, manner. As in every good in situ intervention, this results in a ‘clear’ confusion between what was added and what was already present.

Fabrice Souvereyns (°95 Tongeren, B) ontwerpt zijn eigen beeldtaal die het midden houdt tussen concrete herkenningspunten en een graad van abstractie. Wie echter de tijd neemt om ze aandachtig te bekijken, te lezen ontdekt doorheen hun gelaagdheid een zich langzaam prijsgevende figuratie waarbij iedere millimeter van het papier wordt opgevuld met een ééntonige potloodtint (hardheid) die de nieuwsgierigheid van de toeschouwer prikkelt. In zijn autonome tekeningen vult Fabrice veelvuldig én maniakaal zijn blad met vreemdsoortige figuren, en soms gomt hij ze vervolgens even maniakaal terug uit, waardoor een huid van obsessieve sporen overblijft en de tekeningen er als getatoeëerde vellen gaan uitzien.

Er kunnen associaties opborrelen met de jungles van Henri Rousseau, imaginaire jungles waarvoor de Franse schilder zijn bronmateriaal vond in boeken en botanische tuinen. Hij beweerde dat hij de jungle in Mexico had gezien, maar eigenlijk schilderde hij een droom. Voorts lijkt Souvereyns soms te flirten met vegetatiepatronen van oosterse tapijten.

Zijn in-situ ingrepen op wanden en vensters zijn een vorm van ‘extended drawing’, waarmee hij de grenzen van de tekenkunst sloopt. De transpositie van zijn tekeningen naar een ruimtelijke installatie doet Fabrice op een doortastende maar nooit opdringerige manier. Zoals in elke goede in-situ ingreep, ontstaat er een ‘heldere’ verwarring tussen wat werd toegevoegd en wat er al was.

Fabrice Souvereyns (°95, Tongres, B) développe un vocabulaire propre, qui tient le milieu entre des repères concrets et un certain degré d’abstraction. Pourtant, celui qui prend le temps de regarder attentivement ces images, de les « lire » en quelque sorte, découvre, à travers leurs couches superposées, une figuration qui se révèle progressivement. Le moindre millimètre du papier se trouve ici recouvert d’un trait de crayon d’une seule et même nuance (dureté), qui suscite la curiosité du spectateur. Dans ses dessins autonomes, Fabrice s’applique de façon quasi maniaque à remplir la feuille d’innombrables figures énigmatiques, parfois pour, avec la même frénésie, les effacer dans un deuxième moment. Ce qui reste est une peau porteuse de traces obsessionnelles ; les dessins ressemblent à des épidermes tatoués.

Des associations sont possibles avec les jungles d’Henri Rousseau : jungles imaginaires pour lesquelles le peintre français s’inspirait de ce qu’il trouvait dans les livres et les jardins botaniques. Certes, il prétendait avoir vu la jungle au Mexique ; mais en réalité, il peignait un rêve. Parfois, Souvereyns semble par ailleurs flirter avec les motifs végétaux des tapis persans.

Les interventions in situ sur des parois ou des vitres sont une forme d’ « extended drawing », par laquelle Fabrice fait éclater les limites de l’art du dessin. La façon dont il transpose ses dessins en installation dans l’espace est hardie, mais jamais intrusive. Comme dans toute intervention in situ réussie, le résultat est une confusion « transparente » entre ce qui a été ajouté et ce qui se trouvait déjà là.

text Filip Luyckx

For the drawings in this exhibition, Fabrice Souvereyns uses numerous recurring starting points. He opts for Simili Japon paper of the same size as a medium. A pencil, eraser and cutter are his only tools. He is exceptionally creative with very few resources and the resulting ‘colour palette’. The pencil touches the paper with varying degrees of force, from hard to soft; the lines hover between fragile and deep indentations. Heavy grey tones vie for the upper hand with grey-white tones. He does not plan series in advance; every drawing is unique. Without a story or theme, he spontaneously investigates with flowing lines in an initial phase. An intense observation of plants, the sun, clouds, waves and textile patterns serves as a vague guideline. The work process quickly develops an unpredictable vitality of organic shapes, an interplay between surface and depth, or the utilisation of mistakes he has made. The serrated edges help determine the composition. Occasionally he uses collage and negative shapes. A rhythm evokes syncopation; he answers a previous intervention with a countermovement. Bright areas become dark and vice versa. The artist consciously deviates from obvious virtuosity. Sometimes he steps back. Fragments are erased or drawn over. Geometric shapes insert order into the loose lines. The focus areas change along the way; the subject transforms. As the work process evolves, he consciously steers the drawing in a particular direction. He remains the master of his artistic decisions.

The artist concentrates on one drawing at a time; he carefully lists the working hours on the back. The reverse side is a work of art in its own right, filled with traces of erasure and indentations. In the atelier, the artist’s imagination leads to self-invented shapes. Exploring his own consciousness gains the upper hand over the initial representation of visual reality. The concentrated process broadens his consciousness. Dream and creation make an appearance. Lines are placed closer together; manifestations take an abstract turn. This makes his art look simultaneously universal and original. The pieces appeal directly to the viewer’s experiences. We harbour certain feelings for them, but the artist does not serve up any explicit points of views or personal feelings. He consciously avoids ostentatious accents. Conversely, his vegetative shapes are filled with hidden eyes. Are they looking at the drawing, the viewer or the world? Or was the artist looking at something else during the work process? In any case, we look at drawings that are result of intense observation of both the outside world and the reality of consciousness.

Bij de tekeningen in deze tentoonstelling hanteert Fabrice Souvereyns een aantal terugkerende uitgangspunten. Als drager opteert hij voor simili japon papier van hetzelfde formaat. Het potlood, aangevuld met gom en breekmes, vormt zijn enige werkinstrument. Met die minimale middelen en het daaruit voortvloeiende ‘kleurenpalet’ gaat hij uiterst creatief tewerk. De aanraking van het potlood met het papier varieert van hard tot zacht, de lijnen balanceren van fragiel tot diepe inkervingen. Zware grijswaarden strijden om de overhand met (grijs)witte tonen. Op voorhand plant hij geen reeksen, elke tekening is uniek. Zonder verhaal of thema trekt hij in een eerste fase spontaan op onderzoek uit met vloeiende lijnen. Intense waarneming van planten, zon en wolken, golven maar ook textielpatronen dienen daarbij als vaag richtsnoer. Al snel ontwikkelt het werkproces een onvoorspelbare dynamiek van organische vormen, het spel van oppervlakte en diepte, of het benutten van zelfgemaakte fouten. De gekartelde randen bepalen mede de compositie. Bij gelegenheid maakt hij gebruik van collage en negatieve vormen. Een ritme roept een tegenritme op, een eerdere interventie beantwoordt hij met een tegenbeweging. Lichtpartijen worden donker en omgekeerd. De kunstenaar wijkt bewust af van de evidente virtuositeit. Soms zet hij stappen terug. Fragmenten worden uitgegomd of juist overtekend. Geometrische vormen enten ordening op de losse lijnvoering. Onderweg wisselen de aandachtspunten, het onderwerp transformeert. Naarmate het werkproces evolueert, stuurt hij de tekening bewuster een bepaalde richting uit. Hij blijft meester van zijn artistieke beslissingen.

De kunstenaar concentreert zich op één tekening tegelijk, de werktijd noteert hij zorgvuldig op de achterkant. Die keerzijde vormt een kunstwerk op zich vol sporen van uitgommen en inkervingen. In het atelier leidt de verbeelding van de kunstenaar tot zelfbedachte vormen, Het kijken in het eigen bewustzijn haalt de overhand op de aanvankelijke weergave van de visuele werkelijkheid. Het geconcentreerde proces verruimt het bewustzijn. Droom en creatie doen hun intrede. De lijnen komen dichter bij elkaar te liggen, de verschijningsvormen nemen een abstracte wending. Zijn kunst oogt hierdoor universeel en oorspronkelijk tegelijk. Het werk appelleert direct aan de belevingswereld van de kijker. We koesteren er bepaalde gevoelens bij, maar de kunstenaar schotelt ons geen uitgesproken standpunten noch persoonlijke gevoelens voor. Bewust vermijdt hij ostentatieve accenten. Zijn vegetatieve vormen zitten daarentegen vol verborgen oogjes. Kijken ze naar de tekening, naar de kijker of naar de wereld? Of keek de kunstenaar tijdens het werkproces naar iets anders? In elk geval kijken we naar tekeningen die voortkomen uit intense waarneming van zowel de buitenwereld als de werkelijkheid van het bewustzijn.

Pour les dessins de cette exposition, Fabrice Souvereyns part d’un certain nombre de données récurrentes. Le support est toujours un papier simili Japon de même format. Le crayon, complété d’une gomme et d’un couteau, constitue son seul outil de travail. Avec ces moyens minimaux et la « palette de couleurs » qui en résulte, l’artiste déploie une créativité extrême. Le toucher du crayon varie du dur au mou, les lignes sont tantôt fragiles tantôt taillent de profondes encoches. Des gris intenses rivalisent avec des blancs aux nuances grisâtres. Souvereyns ne planifie pas de séries au préalable, chaque dessin est unique. Sans fixer d’histoire ni de thème, il explore d’abord spontanément, utilisant des lignes fluides et se laissant guider vaguement par une observation intense des plantes, du soleil et des nuages, des vagues, de certains motifs textiles aussi. Bientôt, le processus de travail développe une dynamique imprévisible de formes organiques, fait jouer l’opposition entre la surface et la profondeur, met à profit des erreurs que l’artiste a faites. Les bords dentelés contribuent à la composition. A l’occasion, l’artiste utilise des collages et des formes négatives. Un rythme appelle un rythme contraire, un contre-mouvement répond à une intervention antérieure. Les pans de lumière deviennent sombres et vice versa. L’artiste refuse consciemment toute virtuosité trop évidente. Parfois, il fait marche arrière, effaçant certains fragments ou les recouvrant d’un autre dessin. Des formes géométriques se superposent aux lignes libres, y greffant un certain ordre. Au fur et à mesure, l’accent se déplace, le sujet se transforme. Plus le travail avance, plus l’artiste oriente consciemment le dessin dans une direction déterminée. Il reste maître de ses décisions artistiques.

L’artiste se concentre sur un dessin à la fois, en notant soigneusement le temps de travail au verso. Plein de traces d’effacements et d’entailles, ce verso forme d’ailleurs en lui-même une œuvre d’art. Dans l’atelier, l’imagination de l’artiste invente des formes nouvelles : le regard tourné vers les images intérieures l’emporte sur la représentation initiale de la réalité visuelle. La concentration intense élargit la conscience. Le rêve et la création entrent en jeu. Les lignes se rapprochent, les formes manifestes prennent un tour abstrait. Le résultat est un art à la fois universel et original. L’œuvre fait directement appel à l’expérience du spectateur. Elle inspire certains sentiments, sans pour autant proposer de points de vue explicites ni les sentiments personnels de l’artiste. Celui-ci évite consciemment tout accent ostentatoire. En revanche, dans ses formes végétatives se cachent une multitude de petits yeux. Regardent-ils le dessin, le spectateur ou le monde ? Ou l’artiste en travaillant a-t-il regardé autre chose ? Quoi qu’il en soit, nous regardons des dessins qui résultent d’une observation intense, tant du monde extérieur que de la réalité intérieure.